Cecile de Wissel Cecile de Wissel

SCAD en zelfinzicht: een Reis van Overgave en Vertrouwen

Afgelopen 10 weken ben ik opkrabbelend na 2 hartinfarcten door een SCAD (spontane scheur in de kransslagader) een relatief onbekende aandoening waarbij vooralsnog geen eenduidig beleid is voor de behandeling ervan. Een ongrijpbaar, onzichtbaar, onbekend iets in mijn lichaam...wat een diepe uitnodiging was tot overgave en vertrouwen. En nog steeds is... Van dagen die gevuld zijn met progressie, opbloeien, energie, vrijheid, uitzicht op meer onafhankelijkheid en minder beperking...tot stagnatie, achteruitgang, onbekende klachten, uitzichtloosheid.

Meer lezen

Ik ben een SCAD-je

‘Mevrouw, schrikt u maar niet want ik stuur nu meteen een ambulance naar u toe. Deze is bij u in de buurt.’ Ik ga in verweer: ‘Eh, een ambulance? Zo erg is het niet.’ ‘Mevrouw, blijft u zitten waar u nu zit en blijft u aan de lijn.’ Ze blijft met me spreken. Binnen een vijftal minuten hoor ik een ambulance met sirenes onze wijk naderen. Met sirenes. Nee, toch! En dat voor mij? Hoe gênant. Wat een bombarie en alleen omdat ik me niet lekker voel.
Drie dames in ambulancekledij stappen uit en komen naast me bij de auto staan. Ik excuseer de situatie. ‘Mevrouw, we weten binnen no-time of excuses noodzakelijk zijn.’ Ik word op de brancard geholpen en gefixeerd. In de ambulance worden in no-time plakkers op mijn lichaam geplakt en een hartfilmpje wordt gemaakt. Nog geen minuut later zegt de verpleegkundige ‘U maakt een hartinfarct door.’ Wat? Heb ik dat goed begrepen? Een hartinfarct?! Die diagnose heb ik helemaal niet zien aankomen. ‘We brengen u naar een ziekenhuis met een gespecialiseerd hartcentrum en faxen uw hartfilmpje alvast door.’ ‘Dan zijn ze daar op u voorbereid.’
Opeens zit ik wel in een hele rare spannende film. In mijn hand wordt de naald van een infuus ingebracht en er wordt onder mijn tong gesprayd. Met een loeiende sirene vertrek ik van huis richting ziekenhuis. Op een zondagochtend uit een hele rustige buurt. Door de aanwezigheid van een stagiaire op de ambulance kan geen passagier op de ambulance meer mee. Misschien maar goed ook. Bij aankomst was zij namelijk in een dikke drol gestapt. Zeer waarschijnlijk had zoonlief een drolletje van onze Bruce daar laten liggen. Met hun profielzolen zal de stank in de cabine wel niet gering zijn. Peter zal de ambulance gaan volgen in zijn eigen auto. Voor zijn vertrek en in alle hectiek informeert Pieter mijn zoon Cas even. Cas blijft vervolgens onwetend over de afloop alleen in huis achter.
Daar lig ik dan in een ambulance met sirene. Onderweg word ik zeer aandachtig in de gaten gehouden. Ik krijg nog een pilletje onder mijn tong. Het voelt zo onwerkelijk. Vaag zie ik beelden van de omgeving en besef dat ze richting de stad rijden.
We komen aan bij het ziekenhuis. Liggend op de brancard word ik de ambulance uitgereden en de ambulanceverpleegkundigen rijden me feilloos door de gangen en lift naar de ruimte waar ik gekatheteriseerd zal worden.
Door de ambulanceverpleegkundigen word ik nu aan de zorg van het ziekenhuis overgedragen. Ik krijg de opdracht om over te stappen op een OK-bed. Er komt een man met een hippe, felgroene bril, ongeveer van mijn leeftijd binnen. Het is de cardioloog die mij gaat onderzoeken. Zijn haar is nog nat. Ik verontschuldig me voor het verstoren van zijn zondagochtendrust.
Mijn rechterarm wordt vastgebonden en mijn pols verdoofd. De katheter om mijn hart en kransslagaders te onderzoeken zal hier ingebracht worden. Na het inbrengen van een grote, dikke naald wordt eerst een contrastvloeistof ingespoten. Bij het inspuiten neem ik een lichte, warme sensatie over mijn onderarm en vervolgens de binnenkant van mijn bovenarm waar. Dan wordt de katheter ingebracht en ook die kan ik tot aan mijn oksel voelen. Pal boven mijn borst wordt een groot, geheel in plastic verpakt, apparaat geplaatst. Ik vermoed een röntgenapparaat. Mijn uitzicht wordt hierdoor fors beperkt en kan alleen nog maar naar links en rechts kijken. Aan de linkerzijde staat een groot scherm waarop ik een projectie van bloedvaten zie. Een projectie van mijn ingreep, neem ik aan. Slechts een deel van het scherm kan ik zien. Tijdens de ingreep verschijnt aan mijn rechter kant tot twee keer toe eventjes een dame. Ze vraagt of het oké met me is. Ik ben super alert, nuchter en laat de gehele procedure maar over me heen komen. Ben ik oké? Ik zeg van wel.

Dit is een fragment uit het boek ‘Ik ben een SCAD-je.’ Pien heeft een SCAD overleeft. Op haar vraag waarom de vaatwand heeft kunnen loslaten, antwoordt de interventiecardioloog ‘Domme pech.’ Is dat antwoord een synoniem voor ‘ik weet het niet’? Pien gaat op zoek naar antwoorden in wetenschappelijke literatuur. Op basis van haar ervaringen doet Pien aanbevelingen aan hulpverleners, wetenschap en werkgevers.
Benieuwd?
Bestel en lees het boek via;  https://www.boekenbestellen.nl/boek/ikbeneenscad-je/9789464814132

Een deel van de opbrengst gaat naar scadnederland.nl!